|
![]() |
LaboratoriumonderzoekVoordat een ziek dier behandeld kan worden, moet er eerst een diagnose gesteld worden. Daarvoor is soms uitgebreid onderzoek nodig. Dat kan bijvoorbeeld bloed- of urine onderzoek zijn, een schimmelkweek of een allergietest. In de kliniek zijn vrijwel alle hiervoor benodigde faciliteiten aanwezig.
BloedanalyseDe kliniek beschikt over diverse geavanceerde bloedanalyse-apparatuur.Bloedonderzoek kan om allerlei redenen verricht worden. Bijvoorbeeld om het functioneren van de nieren te bepalen, het glucosegehalte, of de leverfunctie. Natrium/Kalium bepalingMet deze test kan onder meer de Ziekte van Addison (een stofwisselingsziekte) vastgesteld of juist uitgesloten worden. Ook bij verdenking van een ileus (darmafsluiting) of bij nierproblemen wordt dit bloedonderzoek gedaan. Bij uitgedroogde patienten en bij klachten als braken en diarree kan na het uitvoeren van deze bloedtest snel tot behandeling worden overgegaan. De meeste bloedbepalingen kunnen direct tijdens het consult worden uitgevoerd, de eigenaar kan dan op de uitslag wachten. Als er afwijkingen worden geconstateerd kan dan eventueel direct met een therapie worden begonnen.
SchimmelkweekHuidproblemen en/of jeuk kunnen vele oorzaken hebben. Een ervan is een schimmelinfectie. Indien hiervan sprake is, moet dit rigoureus aangepakt worden, omdat schimmelinfecties nogal hardnekkig kunnen zijn. Bovendien is het besmettelijk. Bij verdenking van zo'n infectie worden bij het dier haren afgenomen en/of huidafkrabsels gemaakt. Een huidafkrabsel wordt microscopisch bekeken. Het haarmonster, of de huidschilfers, worden 'op kweek' gezet. Omdat een schimmel eerst moet groeien, duurt het enige tijd totdat er resultaat te zien is. Als er uiteindelijk niets op de kweek is gegroeid (er is dan geen kleuromslag te zien) dan is er geen sprake van een schimmelinfectie. AllergietestVeel huisdieren hebben jeukklachten, soms zo erg dat ze zichzelf kapotkrabben. De wondjes die daardoor ontstaan, kunnen gaan ontsteken, wat weer huidproblemen oplevert. Jeuk kan vele oorzaken hebben: vlooien zijn dikwijls de boosdoeners, of volle anaalzakken. Maar als aan dit soort zaken al iets is gedaan en het dier blijft jeuk houden, dan zou er sprake kunnen zijn van een allergie. Op de kliniek kunnen we hiervoor bij de hond een test uitvoeren in de vorm van kleine injekties met allergenen, in de huid. Na enige tijd kan de reactie op iedere inspuiting worden gemeten. Blijkt de hond op een of meerdere allergenen positief te reageren, dan is er sprake van een allergie. We kunnen dan proberen om het dier te desensibiliseren, d.w.z. ongevoelig maken met behulp van regelmatig te geven injekties met die specifieke stof waar het allergisch voor is (bv. huismijt, boom- of graspollen, vlooien). Niet altijd geeft dit honderd procent resultaat, maar in de meeste gevallen treedt een aanzienlijke verbetering op.
|
|



